Ze gaan er met je neus vandoor

is in de prijzen gevallen: De Grote Poëzieprijs

1e Prijs Jongerenjury 2019

De Boekensleutel 2019

Nominatie Boekenleeuw 2019

In 2019 zijn verschenen:

Kleuren  (verschijnt augustus) (Leopold)

Boer Boris, hoe gaan we erheen? (Gottmer)

Boer Boris, vier uitdeelboekjes (Gottmer)

In 2018 zijn verschenen:

Kerstmis met Boer Boris (Gottmer)

Ze gaan er met je neus vandoor (Leopold) De Grote Poëzieprijs 1e Prijs Jongerenjury 2019

Boer Boris en de olifant (Gottmer)

In bad met Boer Boris (Gottmer) badboekje

>> Over Onder mijn matras de erwt:

De Standaard: 'Kinderpoëzie van de bovenste plank' *****

NRC Handelsblad: 'Onbegrijpelijk goed' *****

Trouw: 'Van Lieshout is een multitalent'

Dagblad van het Noorden: 'Het is wonderbaarlijk' ****

Herman Verschuren: 'Ik aarzel niet: ik vind dit een meesterwerk'

Edward van de Vendel: 'Stikbelangrijk'

Cutting Edge: 'een pracht van een bundel, waarvoor

superlatieven tekort schieten' ****

Onder mijn matras de erwt werd genomineerd voor de Woutertje Pieterseprijs.

 

>> In 2017 verschenen:

Schuldig kind bij Querido

Boer Boris en het gebroken been bij Gottmer

Onder mijn matras de erwt bij Leopold

>> Voor zijn illustraties in De vogels heeft Ludwig Volbeda

de Grand Prix van Bratislava gewonnen!

Edward van de Vendel over

Onder mijn matras de erwt:

GEWELDIG EN STIKBELANGRIJK

'De kinderliteratuur - nee, élke literatuur - heeft eigenzinnige makers nodig, mensen die de grenzen opduwen. Ted van Lieshout doet dat. Hij deed dat altijd al, maar zijn nieuwe dichtbundel ONDER MIJN MATRAS DE ERWT is een van zijn allersterkste boeken en dus ook een van die allersterkste breekijzers.

De bundel spreidt, in vijfendertig gedichten, het portret uit van een meisje dat - denk ik - zweeft tussen haar kindertijd en haar puberjaren. Ze kan als een basisschoolleerlinge spelen met de gedachte dat haar moeder haar echte moeder niet is, maar ook samen met een vriendin geïntrigeerd zijn door een exhibitionist in een auto, of zich afvragen of ze misschien méér voelt voor dat vriendinnetje dan enkel vriendschap. De gedichten zijn rijk en lang of juist kort en strak, ze gaan van vrolijk naar serieus en hard - en altijd is er dat zoeken naar de eigen plek, misschien wel gaande gehouden door de metaforische erwt onder het matras, het eigenlijk-ben-ik-een-prinses-gevoel.

 

Het beeld komt in deze bundel van foto's van door Van Lieshout gemaakte koppen van poppen. Zelf schrijft hij daar in het nawoord over: 'Er zijn mensen die de poppenportretten in dit boek een beetje eng vinden. Dat komt misschien doordat we gewend zijn aan poppen die er mooi en schattig uitzien. Bovendien is het een beetje raar om portretten te maken van poppen alsof het mensen zijn. Toch wilde ik dat graag: foto's maken van poppen die níét snoezig zijn.' Snoezig zijn ze zeker niet, maar ze passen fantastisch bij het wringende gevoel uit de gedichten: ze tonen wezens die peinzen, die dromen of die verdwaald lijken. Steeds is elke kop getooid met iets dat met de gedichten te maken heeft: een tulband van een dweil, een kardinaalsmuts van een 20-euro-briefje (naast een gedicht dat 'negentien vijfennegentig' heet), een diadeem van erwten - en zo nog veel meer. In de ruime inhoudsopgave die voorafgaat aan het boek zien we trouwens drie door Van Lieshout getékende portretten van het opgroeiende meisje, waarin hij haar als het ware aan ons voorstelt.

 

Het is een genot om dit boek tot je te nemen. Niet één, maar twee, zestien of een oneindig aantal keren. ONDER MIJN MATRAS DE ERWT verrijkt de jeugdpoëzie (en toont daarmee meteen de aarzelend op gang komende, maar met deze bundel duidelijk aangetoonde revival ervan aan), maar ook de poëzie-illustratie. ONDER MIJN MATRAS stoot door onze vastgelopen normen heen en is daarmee niet alleen geweldig, maar ook stikbelangrijk.' 

Herman Verschuren over Onder mijn matras de erwt op Over lezen en schrijven:

 

SCHITTERENDE ERWT

'Heel vroeger vertelden mensen elkaar verhalen, of er was iemand die meer verhalen kende en beter kon vertellen of zingen. (Misschien was het heel vroeger het verschil tussen poëzie en verhalen niet zo omlijnd als nu.)

De verteller of zanger had zijn publiek voor zich. Hij (of zij, enz.) wist tot wie hij zich richtte en als-ie goed was, trof hij de juiste toon. Die metafoor is ontleend aan de muziek. C'est le ton qui fait la musique. Boeren, stedelingen of adel, jong of oud, vrouwen, mannen of beide, het maakte verschil.

Moeilijk te omschrijven wat dat precies inhoudt, de juiste toon. Heeft te maken met aandacht, stem, modulatie, vocabulaire, sleutelwoorden, syntaxis en meer.

Maar iedereen begrijpt de uitdrukking. Het maakt het verschil tussen blijven luisteren of weglopen. Van levensbelang voor de verteller.

 

Toen werd de drukkunst uitgevonden en verscheen het gedrukte boek. In een boek verdwijnen stem, modulatie en nog wat zaken. De woorden blijven over. Het publiek wordt een abstractie, want een boek lees je doorgaans in je eentje, behalve als je voorleest of uit het hoofd voordraag of zingt.

Maar nog steeds blijft het voor de lezer of luisteraar belangrijk of hij zich aangesproken voelt, of de juiste toon wordt aangeslagen. Het maakt het verschil tussen doorlezen of boek wegleggen.

 

De afwezigheid van direct contact tussen verteller (een persoon van de schrijver) en aanwezig publiek maakte echter een wijdere baaierd aan stijlen mogelijk. Iedere verteller (schrijver) denkt zich zijn eigen publiek, of dat nu zichzelf, kinderen, klas, vrienden, echtgenoot, grootmoeder of wie dan ook is. 'Ik schrijf voor mezelf'  of 'Ik schrijf niet voor een bepaald publiek' zijn veelgehoorde uitspraken onder auteurs.

De schrijver kiest zich een verteller. Dat kan hij (of zij, enz.) zelf zijn (de naïeve positie), maar hij kan ook een virtueel masker opzetten (persona: Latijn voor masker) of een persoon uit het verhaal tot verteller benoemen. En zelfs als hij zichzelf kiest, wordt hij de verteller van dat moment. De schrijver groeit door, de verteller stolt in het gedrukte verhaal. (Jaren later bladert de schrijver in zijn boek en denkt, heb ík dat geschreven? Dat zou ik nu heel anders doen.)

Als lezer probeer ik in het verhaal de verteller te vinden. Het doet er immers toe wie het verhaal of gedicht vertelt, we krijgen al lezend zijn blik mee, zijn standpunten. Draag ik het voor, dan probeer ik een goede interpretatie te vinden, de toon die past bij de verteller. Maak ik er muziek bij: idem dito.

 

In het algemeen slaan volwassen vertellers tegenwoordig voor kinderen een andere toon aan dan voor medevolwassenen. Dat geldt ook voor gedrukte tekst. Er is een beperkt repertoire aan stijlen dat in kinderboeken overheerst. Het maakt de meeste kinderboeken direct herkenbaar als kinderboek, ook zonder kaft en opmaak. Dit is geen kritiek, ook een verteller met een gangbare stijl kan een prachtig verhaal vertellen en heel mooie gedichten brengen.

Waar toon en stijl afwijken van de dominantie wordt het interessant en moet ik me bewust zijn van wat ik verwacht.

Ik kreeg door de uitgeverij een boek toegestuurd van Ted van Lieshout: Onder mijn matras de erwt. Ted van Lieshout staat bekend als auteur voor kinderen, althans, zijn werk is doorgaans te vinden op de planken bedoeld voor jeugdliteratuur en zijn naam figureert in lijsten en bekroningen van jeugdliteratuur. (Zijn prijzenkast is aardig gevuld.)

Ik sla het open en zie pagina's met afbeeldingen van poppenhoofden; zo ongeveer als die op het omslag staan afgebeeld.

 

De uitdrukking op hun gezichten is niet vriendelijk, eerder droevig. Het lijken wel doodsmaskers.

Dat verwacht ik niet in een kinderboek. Is het wel een kinderboek? Ik controleer de buitenkant: er staat geen leeftijdsaanduiding op het boek wordt niet als kinderboek vermeld. Wel is Leopold bekend als uitgeverij van jeugdliteratuur.

Maar wat is een kinderboek? Stil, die vraag is minder makkelijk dan-ie lijkt.

 

Ik ga lezen. Onderdruk de neiging om bij de inhoudsopgave meteen door te gaan naar 'Over de poppen'.

Vóór de inhoudsopgave staan nog meer van die poppenpagina's en achterin zijn er ook: bij elkaar dertien, en het zijn steeds dezelfde vijftien koppen, met andere aankleding. De inhoudsopgave zelf is voorzien van drie identieke, liggende tekeningen van een ernstig kijkend meisje.

 

Dan beginnen de teksten. Sommige rijmen, nog meer zijn vormgegeven als gedicht: coupletjes, als het ware. Daaronder zijn er die eigenlijk proza zijn, al geeft de vorm er een soort ritme aan. Daartussendoor teksten die als een lopende monoloog zijn opgeschreven, zinnen achter elkaar door.

Er rijst het beeld uit van een persoon die het moeilijk heeft met zichzelf, haar moeder, haar afwezige vader, het overlijden van haar oma. Nogal schrijnend, pijnlijk, soms pijnlijk grappig, galgehumor. De poppekoppen passen er wonderwel bij.

(...)

Deze Assepoester dient middels wrange, schrijnende, prachtige teksten ongewild een aanklacht in tegen haar ouders, tegen de wereld. Alle teksten worden vergezeld door uitvergrote portretten van diezelfde poppenkoppen van de verzamelpagina's.

Ik aarzel niet: ik vind dit een meesterwerk.

 

Wat vooral knap is, is de toon. Hier is onmiskenbaar een kind aan het woord. Hoe oud, welk kind, dat laat ik in het midden. Ze lijkt gaandeweg ouder te worden. Schrijver Ted van Lieshout heeft dat kind ongetwijfeld in zich, heeft zich al schrijvend vermomd, verpopt tot dit kind, dat voor zichzelf notities maakt, uiteenlopend van een negenregelig versje van zeventien of achttien woorden (zie p. 43, mooi, een zaam of eenzaam) tot een lange monoloog als op p. 38. Ik ben haast blij als op p. 80 blijkt dat ze toch, daar, een vriendin heeft, en ook op p. 70 is ze niet alleen. Maar ja, haar oma sterft wel.

 

Een kinderboek? Niet direct, volgens de geijkte verwachtingspatronen. Maar reken maar dat er genoeg kinderen van tien en ouder zijn die zich hierin herkennen...

 

(...)

 

Lezen en kijken, dit boek! Savoureren. En eindig met het stuk 'Over de poppen'. Waarin je o.a. kunt lezen hoe je zelf zulke poppenhoofden kan maken.'

PLUIZUIT.BE: ONDER MIJN MATRAS DE ERWT

‘Onder mijn matras de erwt’ is het pakkende, poëtische relaas over leven en opgroeien van een tiener in haar familie. In 35 prozaïsche verzen ontrafelt van Lieshout haar gedachten en geeft hij er woorden aan. Woorden die bij je binnenkomen en er blijven hangen. Tegelijkertijd zijn het ook de geladen stiltes tussen de woorden en de zinnen die het geheel zo innemend maken.
Het hele verhaal is subtiel chronologisch opgebouwd maar je kan ook elke tekst op zich lezen.
Eerst wordt er afscheid genomen van 15 poppen als een aftelvers. Hier is meteen de toon gezet: rechtuit en onverbloemd. Vaak hard maar nooit choquerend en steeds toch ook wel omringd door enige warme troost. Na nog wat huiselijke taferelen als een keuken met ongemakken, een stervende muis op het aanrecht en een goed geboende trap, volgen de scheiding van de ouders en de gevolgen erdoor, het zorgen van moeder voor haar kinderen (en hoe dat soms omgekeerd nodig is) en oma die oud wordt en vergeet en later sterft. Tussendoor vind je her en der nog wat verloren verzen over tal van pakkende onderwerpen en zijn gekende sprookjes nooit ver weg.
Kortom, een veelheid aan thema’s, lichtjes (maar niet strak) geordend en steeds verrassend hoe je verbanden ziet of vermoed tussen de verschillende teksten.
Goed voor vele uren lees- en wegdroomtijd en ideaal om af en toe in te grasduinen, om woorden te vinden van herkenning en troost.

Wat het geheel bijzonder maakt, is de eigenzinnige vormgeving door van Lieshout zelf: tussen ’81 en ’83 maakte hij 15 poppen van klei met ogen van knikkers. Die liet hij drogen op verschillende manieren en jarenlang rondzwerven in huis. Waardoor zij nu stuk voor stuk een verschillend (doorleefd) karakter hebben. Hij maakte originele portretten van de poppen, telkens aangekleed met doeken of andere materialen of vaak ook met herkenbare voorwerpen uit het dagelijkse leven zoals een halve sinaasappel, een krant, aluminiumfolie, bankbiljetten, riemen met gespen, schelpen, een doorgesneden spitskool, werkhandschoenen, en zoveel meer. Zo creëerde hij verrassende portretten vol (verstild) leven die hij nu op een doordachte manier combineert met de teksten. Ook hier ontdek je subtiel verbanden en linken tussen de poppen en de teksten die je gedachten en verbeelding prikkelen.
Dit is weer een meer dan originele voltreffer van de man die niet bang is van experimenten en die er telkens in slaagt om zijn publiek te verrassen met de juiste toon en de kloppende visuele toets. Een aanrader!

Eric Vanthillo
november 2017    
           

NRC Handelsblad

  • Instagram Social Icon